Desistentie en sociale transitie

In de Toronto-studie van Singh, Bradley en Zucker (2021) was de genderdysforie bij 122 van de 139 jongens bij de nameting verdwenen.

Gecontroleerd 14 oktober 2026
1 bron

In het kort

Van 139 jongens die als kind in Toronto waren onderzocht, bleef de genderdysforie bij 17 (12,2 procent) bestaan en bij 122 (87,8 procent) niet. Het aandeel verschilde niet wezenlijk tussen jongens met en zonder volledige diagnose.

Bibliotheek met rijen boekenkasten en een verlicht gangpad
Beeld: Foto: Pixabay via Pexels

Onderbouwing

De studie

Singh, Bradley en Zucker volgden 139 jongens die als kind waren verwezen naar en onderzocht door de genderpolikliniek voor kinderen van het Centre for Addiction and Mental Health in Toronto. De jongens werden onderzocht op een gemiddelde leeftijd van 7,49 jaar, gemiddeld in 1989. De nameting volgde op een gemiddelde leeftijd van 20,58 jaar, gemiddeld in 2002. Bij de nameting is de genderidentiteit met meerdere methoden vastgesteld.

De deelnemers kwamen op twee manieren in het onderzoek. 107 van hen werden voor het onderzoek benaderd. De andere 32 werden opgenomen nadat zij om klinische redenen zelf opnieuw contact hadden gezocht met de kliniek; acht van hen deden dat vanwege genderdysforie. De auteurs vergeleken beide groepen op hun gegevens uit de kindertijd en vonden op de meeste kenmerken geen significante verschillen.

De uitkomst

Van de 139 jongens werden er 17 (12,2 procent) ingedeeld als blijvers, bij wie de genderdysforie aanhield. De andere 122 (87,8 procent) werden ingedeeld als stoppers, bij wie de genderdysforie bij de nameting was verdwenen.

Met en zonder volledige diagnose

Als kind voldeden 88 jongens (63,3 procent) aan de volledige diagnose genderidentiteitsstoornis volgens de DSM van dat moment (DSM-III, DSM-III-R of DSM-IV); de overige 51 voldeden daar niet volledig aan, maar vertoonden wel kenmerken ervan. Van de 88 met de volledige diagnose werden er 12 (13,6 procent) blijvers, van de 51 zonder volledige diagnose 5 (9,8 procent). Het verschil was volgens de auteurs niet significant. Dat is van belang voor de kritiek dat de hoge percentages stoppers zouden komen doordat ook kinderen zonder volledige diagnose werden meegeteld.

Waar de studie niets over zegt

De studie gaat alleen over jongens, die als kind zijn onderzocht, gemiddeld in 1989, met de diagnostische criteria van die tijd. Ze zegt niets over meisjes, en niets over jongeren bij wie de genderdysforie pas in de puberteit begint of in de puberteit aanhoudt. Of een individueel kind genderdysfoor blijft, valt uit zulke groepscijfers niet af te leiden.

Bronnen

  1. Singh D, Bradley SJ, Zucker KJ (2021). A Follow-Up Study of Boys With Gender Identity Disorder. Frontiers in Psychiatry 12: 632784

Hoe we bronnen kiezen en controleren staat op Werkwijze.

Meer feiten over Desistentie en sociale transitie

Alles over dit onderwerp →