Overkoepelende beoordelingen
De Gezondheidsraad noemt de bewijskracht voor de effecten van genderzorg bij jongeren laag tot zeer laag.
In het kort
In het advies van 30 juni 2026 schrijft de Gezondheidsraad dat de systematische reviews het erover eens zijn: de bewijskracht is laag tot zeer laag. De raad ziet daarin geen reden om de zorg anders in te richten.

Onderbouwing
Wat de Gezondheidsraad schrijft
Op 30 juni 2026 bracht de Gezondheidsraad het advies Transgenderzorg voor jongeren uit (nr. 2026/12). Over de kwaliteit van het onderzoek is de raad duidelijk: “De systematische reviews die het onderzoek naar fysieke en mentale uitkomsten samenvatten en beoordelen zijn het erover eens dat de bewijskracht voor de gevonden effecten laag tot zeer laag is.”
Als reden noemt de raad de opzet van het onderzoek: “Het beschikbare onderzoek bestaat enkel uit observationele studies, waarvan de meeste zonder (adequate) controlegroep.” Gerandomiseerd onderzoek, waarin een behandelde groep wordt vergeleken met een vergelijkbare groep die de behandeling niet krijgt, is er niet.
Wat onvoldoende onderzocht is
De raad schrijft ook: “de mogelijke effecten van behandeling op cognitie en vruchtbaarheid zijn nog onvoldoende onderzocht en gegevens over de effecten op de lange termijn ontbreken”. Dat geldt voor de behandeling met puberteitsremmers en met genderbevestigende hormonen.
Wat de raad er wel uit afleidt
Volgens de raad laat het onderzoek zien dat de beoogde fysieke effecten worden bereikt en dat er “aanwijzingen zijn voor enige verbetering in mentale uitkomsten”. De gegevens over niet-beoogde effecten “geven geen directe aanleiding tot zorg”. De onduidelijkheden zijn voor de raad geen reden om te adviseren de zorg anders in te richten: “Zij maakt daarbij de afweging dat niets doen ook schadelijk kan zijn voor de mentale gezondheid.”
Wat lage bewijskracht betekent
Lage bewijskracht betekent dat niet vaststaat hoe groot de effecten zijn. Het is geen bewijs dat de behandeling niet werkt of schaadt. De raad schrijft zelf dat de literatuur daarmee niet waardeloos is voor de praktijk, en zet er een grens bij: “Een gebrek aan bewijs mag uiteraard geen vrijbrief zijn om compleet onbewezen behandelingen aan te bevelen.” Volgens de raad moeten de onduidelijkheden zorgvuldig met jongeren en ouders worden besproken voordat zij toestemming geven voor een behandeling.
Bronnen
Hoe we bronnen kiezen en controleren staat op Werkwijze.
Meer feiten over Overkoepelende beoordelingen
Alles over dit onderwerp →De York-reviews voor de Cass Review beoordeelden alle 103 studies en gebruikten er 60 voor hun conclusies.
De twee systematische reviews over puberteitsremmers en hormonen beoordeelden 103 studies. De 60 studies van hoge en matige kwaliteit zijn in de synthese gebruikt. Dat 98 procent is uitgesloten, klopt niet.
De Gezondheidsraad noemt de bewijskracht voor de effecten van genderzorg bij jongeren laag tot zeer laag.
In het advies van 30 juni 2026 schrijft de Gezondheidsraad dat de systematische reviews het erover eens zijn: de bewijskracht is laag tot zeer laag. De raad ziet daarin geen reden om de zorg anders in te richten.
